en roep en tier en krijs als een klein kind
dat aandacht wil en bonkt tegen de muren
en stampt op de grond, huilend als een wolf
in een leeg bos, vol echo’s van wat was,
met een rood hoofd en teveel herinneringen
voor zo’n korte tijd, voor zo kort, zo diep,
zo intens, zo eenzaam, zo vol, en tegelijk zo
leeg.
Maar zo vol herinneringen. Aan jou, aan wat
was.
Aan wat kon zijn. En tegelijk niet.
Aan wat ik weggooi. Zomaar. Want ik kan geen
reden geven.
En dus schreeuw ik. Alleen.
En alles blijft stil.
Want ik moet je stilte geven.
Tenminste
dat dan toch.
No comments:
Post a Comment